Basics
Het onderwerp 'Dierproeven voor biomedisch onderzoek' is in Nederland, maar ook in andere landen, onderwerp van hoogoplopende discussies.
Aan de ene kant willen we nieuwe, betere en veiligere medicijnen en behandelingen, maar aan de andere kant willen we niet dat daar dieren voor moeten lijden en sterven.
Hoewel er steeds meer alternatieven voor proefdieren beschikbaar komen, is het nu nog niet mogelijk om dierproeven helemaal uit te sluiten.
Maar hoe ver mogen we gaan om onze eigen gezondheid te verbeteren?
Info cards
In 2008 zijn in Nederland bij de(semi)publieke instellingen, zoals Universitaire Medische Centra, ongeveer 240.000 proefdieren gebruikt ten behoeve van de gezondheid van de mens
Soms, als de proeven veel last voor bepaalde dieren opleveren, kan je de belasting per dier verminderen door meer dieren te gebruiken.
Dierproeven zijn één belangrijke schakel in de onderzoeksketen. Zo wordt getest of een stof ook in een organisme werkt, voordat de stof op mensen wordt getest. Het overgrote deel van onderzoek naar nieuwe medicijnen, nieuwe behandelingen of juist naar hoe je een ziekte kan voorkomen wordt gedaan met mensen, weefselkweken, computermodellen en andere proefdiervrije methodes.
Niet iedereen mag met proefdieren werken. Een onderzoeker mag alleen met proefdieren werken als hij/zij een universitair diploma in levenswetenschappen heeft en de cursus ‘proefdierkunde’ succesvol heeft afgerond
Tegenwoordig zijn er veel nieuwe methoden en instrumenten voor ingrepen, waarbij de patiënt wordt gespaard. Deze technieken zijn vaak ingewikkeld. Daarom worden chirurgen eerst getraind met proefdieren voordat ze deze technieken op mensen kunnen toepassen.
Dierproeven worden zoveel mogelijk vervangen door proefdiervrije methodes. Als er een alternatief voor de dierproef bestaat, mag de dierproef niet worden uitgevoerd.
Door nieuwe technieken wordt er per dier steeds meer informatie verkregen, waardoor er minder dieren nodig zijn om een goed onderzoeksresultaat te behalen. Voor een onderzoek mogen niet meer dieren worden gebruikt dan nodig is.
De dieren worden goed verzorgd, krijgen gezelschap van andere dieren en krijgen speeltjes voor een goede kwaliteit van leven. Ook worden de dieren met zachtheid gehanteerd en wordt narcose en pijnbestrijding toegepast indien nodig. Belastende proeven worden zo vroeg mogelijk beëindigd.
Elke dierproef wordt eerst beoordeeld door de dierexperimentencommissie (DEC). Deze ethische commissie kijkt of het onderzoek belangrijk genoeg is en hoe de proefdieren deel uitmaken van het onderzoek.
Iedere instelling heeft een proefdierdeskundige die toezicht houdt op het dierenwelzijn. Vaak is dit een dierenarts.
De dierproevenwetgeving beschermt gewervelde dieren die voor onderzoek worden gebruikt. De meest gebruikte diersoort is de muis. De zebravis wordt steeds vaker gebruikt omdat de embryo’s zich buiten het moederdier ontwikkelen en daardoor eenvoudiger onderzocht kunnen worden.
Als dierverzorger van proefdieren moet je een afgeronde MBO opleiding hebben
met specifiek proefdieren in het pakket.
Wanneer een onderzoek geen interessante uitkomsten oplevert wordt het niet gerapporteerd of gepubliceerd en bestaat de kans dat andere onderzoekers ook een dergelijk onderzoek gaan doen.
Universitaire Medische Centra ontwikkelen zelf alternatieven voor dierproeven binnen hun onderzoeksprogramma.
Dierproeven worden alleen toegestaan als:
-Het onderzoek van voldoende wetenschappelijke kwaliteit is;
-Het maatschappelijk belang zwaarwegend genoeg is in verhouding tot het leed van de proefdieren;
-Het onderzoek niet kan worden gedaan zonder proefdieren;
-De belasting voor de dieren in het onderzoek zo min mogelijk is;
-Duidelijk is afgesproken bij welke verschijnselen bij de dieren de proef wordt stopgezet.
Het is wettelijk verplicht om een nieuw geneesmiddel op proefdieren te testen voordat het verder bij mensen (vrijwilligers en patiënten) mag worden onderzocht.
70% van de 6000 bekende ziekten bij mensen is nog niet goed behandelbaar.
Op basis van proeven bij konijnen werden rond 1900 al hoornvliestransplantaties bij mensen gedaan.
Rond 1940 is de hart-longmachine ontwikkeld door proeven bij honden.
Rond 1950 werd vaccinatie tegen polio mogelijk dankzij proeven op muizen en apen
Er wordt een vaccin tegen de ziekte van Alzheimer ontwikkeld dat bij muizen effectief is en nu bij mensen wordt getest
Proefdieren worden gemerkt om ze uit elkaar te houden. Dit kan tijdelijk door het wegscheren van haren of het aanbrengen van een kleurmerk op vacht of huid, of permanent met een onderhuidse microchip of een oormerk. Bij muizen kan dat soms niet omdat de dieren nog te jong of te klein zijn of nog geen vacht hebben. Dan kan een stukje van een teen worden afgeknipt. De dieren zijn dan maximaal 8 dagen oud.
Bij sommige proeven kunnen de dieren ziek worden. Vaak kunnen onderzoekers al eerder zien wat de uitkomst van een proef is. Het is verboden om dieren langer te laten lijden dan noodzakelijk is om het onderzoek te doen. Onderzoekers laten de dieren dan inslapen voordat ze ernstig ziek worden.
Het lichaam van mens en dier is erg complex. Om de ingewikkelde interactie tussen cellen en weefsels in een heel lichaam te onderzoeken zijn proefdieren nodig.
Bepaalde veelgebruikte stammen van laboratoriumdieren worden gefokt door gespecialiseerde fokbedrijven die daarvoor een vergunning hebben. Bijzondere stammen en lijnen worden gefokt door de onderzoeksinstellingen zelf.
Het welzijn van proefdieren wordt steeds beter. Het aantal dierproeven waarbij de dieren ernstig ongerief ervaren, zoals een zware operatie, neemt af.
Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat dieren pijn en stress kunnen ervaren.
Medicijnen kunnen bijwerkingen hebben. Meestal zijn er weinig bijwerkingen en zijn ze onschuldig, maar ze kunnen ook ernstig zijn.
Kandidaat-medicijnen worden vaak niet verder ontwikkeld omdat bij dierproeven blijkt dat ze niet veilig genoeg zijn of omdat ze niet goed worden opgenomen of te snel het lichaam weer verlaten.
Alternatieve onderzoeksmethoden kunnen leiden tot het gebruik van minder dieren of minder dierenleed. Een geschikt alternatief wordt na invoering al snel niet meer zo genoemd en gewoon gebruikt. Er bestaat grote interesse voor het gebruik van lichaamsmateriaal van de mens, bijvoorbeeld gekweekte huid.
Niet alle dierproeven leiden uiteindelijk tot een nieuw medicijn of een nieuwe behandeling.
Dierproeven bewijzen niet altijd dat een medicijn veilig is. Tussen 1957 en 1961 kregen zwangere vrouwen het slaapmiddel Softenon. Dit middel was goed getest op muizen, maar bleek bij mensen een vreselijke bijwerking te hebben: veel baby’s werden geboren met misvormde armen, benen, oren of organen. Tegenwoordig wordt uitgebreider getest op mogelijke bijwerkingen bij zwangere vrouwen,vooral mogelijke effecten op het ongeboren kind.
Stoffen die werkzaam kunnen zijn bij ernstige ziekten hebben vaak ook ernstige bijwerkingen (denk aan chemokuur). Dierproeven zijn nodig om inzicht te krijgen in bijwerkingen in een heel organisme.
Het jaarlijks aantal dierproeven in Nederland laat een geleidelijke afname zien. Dit geldt echter niet voor de instellingen voor wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. De daling vindt hoofdzakelijk plaats bij het bedrijfsleven.
Issue cards
Is de medische wetenschap ondertussen niet ver genoeg ontwikkeld door de dierproeven in het verleden? Wegen de voordelen nog wel op tegen de nadelen?
Er breekt plotseling een wereldwijde griepepidemie uit waar mogelijk miljoenen mensen aan doodgaan, omdat er nog geen vaccin is. Mogen er dan meer dierproeven worden gedaan om snel een vaccin te ontwikkelen?
Zou je een medicijn willen gebruiken waarvan nog niet goed bekend is hoe het werkt en wat de bijwerkingen zijn? Zou je willen dat je ouders dit medicijn gebruiken?
De leefomstandigheden van dieren in de bio-industrie zijn veel slechter dan van proefdieren. Toch is vlees eten toegestaan. Is eten van vlees belangrijker dan het ontwikkelen van de geneeskunde?
Is een mens belangrijker dan een dier? Maakt het dan nog uit welk dier?
Als je echt tegen dierproeven bent, zou je dan ook geen medicijnen of andere behandelingen moeten accepteren die m.b.v. dierproeven zijn ontwikkeld?
Een dier is niet hetzelfde als een mens. Kunnen dierproeven dan wel goed genoeg voorspellen wat bij de mens te verwachten is?
Is het minder erg als proefdieren gebruikt worden om medicijnen voor dieren te ontwikkelen?
Door de strenge regels en goede verzorging hebben proefdieren het beter dan sommige huisdieren.
Is het minder erg om muizen te gebruiken dan varkens?
Is het gewenst dat fokdieren na het grootbrengen van een aantal jongen ook nog gebruikt worden voor proeven? Of hebben de moeders al genoeg gedaan?
Is alles geoorloofd om de ergste menselijke ziektes zoals kanker en AIDS te genezen?
Hebben we als mensen het recht om een dier te gebruiken of te doden, vooral als we zelf hebben gezorgd voor de geboorte van dat dier?
De politiek zou meer aandacht moeten besteden aan dierproeven en meer geld moeten vrijmaken voor onderzoek naar alternatieven.
Zonder dierproeven zou er geen medische vooruitgang zijn. De vooruitgang die in het verleden is geboekt was ook alleen maar mogelijk door dierproeven.
Er wordt nog veel te weinig gebruik gemaakt van alternatieven.
We moeten respect hebben voor de natuur en proefdieren niet genetisch veranderen.
Als wij het niet doen, doen ze het ergens anders. Hier kunnen we het dieren welzijn zo goed mogelijk tegemoet komen, terwijl ze daar in andere landen misschien heel anders over denken. Bovendien, wel de lusten en niet de lasten?
Er zijn nog zoveel medicijnen die niet voor iedereen beschikbaar zijn. Laten we daar eerst eens iets aan doen voordat we nieuwe medicijnen ontwikkelen waar dieren voor worden gebruikt.
Als een dier er raar uitziet, maar wel door zijn soortgenoten wordt geaccepteerd, is er dan sprake van dierenleed? Of heeft het dier er geen problemen mee maar wij wel?
Wat geeft ons mensen het recht om dieren te gebruiken als huisdier, productiedier of proefdier? Waarvoor wel en waarvoor niet?
Willen we iedereen wel in leven houden? Of moeten we ons erbij neerleggen dat niet iedereen even oud wordt en de natuur haar gang laten gaan? En wie mag daarover beslissen?
Story cards
Policies
Dierproeven zijn nooit toegestaan, ook niet voor biomedisch onderzoek.
Dierproeven voor biomedisch onderzoek zijn alleen toegestaan voor onderzoek naar de genezing of behandeling van levensbedreigende ziekten, zoals kanker of AIDS.
Dierproeven voor biomedisch onderzoek zijn toegestaan als er goed voor de dieren wordt gezorgd en er verder geen alternatieven zijn.
Dierproeven voor biomedisch onderzoek zijn altijd toegestaan.



FUND is a project funded by the European Commission (